Een vet karretje
Foto: Haags Gemeentearchief

Het voertuig op de foto is een zogenaamde Steigboy Schnell-Lieferwagen. Het is een driewielige bestelwagen die wel iets heeft van een motorbakfiets, maar toch duidelijk veel zwaarder is uitgevoerd en zelfs voorzien is van een stuurwiel. De constructie doet vermoeden dat de

‘Een bedrijf met een miljoenenomzet, dat een vijfde van de Nederlandse vleesimport verwerkt’

bestuurder een potige kerel moest zijn geweest om het voertuig, vol beladen met vet en vleeswaren, in bedwang te houden. Van enige vorm van stuurbekrachtiging was natuurlijk nog geen sprake. In de beeldbank van het Haags Gemeentearchief bevinden zich drie foto’s van een Steigboy. De Steigboys op die foto’s zijn alle voorzien van de naam van een Haags bedrijf. Een bezoeker van onze beeldbank schreef in een reactie onder meer dat de foto’s steeds op dezelfde locatie zijn genomen, namelijk voor het pand van De Vletter en Groenendijk aan de Volmarijnstraat in Rotterdam. Bekend is dat De Vletter en Groenendijk in Rotterdam de importeur van deze bestelwagens was en in 1929 met een Steigboy op de R.A.I.-automobieltentoonstelling stond. Op het forum van autopuzzles.com weet iemand te melden dat het gaat om een Steigboy van het type G, gebouwd van 1928 tot 1930, die naar keuze met twee motoren leverbaar was: een 10 pk Villiers tweetakt of een 12 pk Sturmey Archer viertakt. Al googelend kom je ook nog een logo van Steigboy tegen. Het beeldmerk bestond uit een inktvis die de wereldbol met zijn tentakels in de greep houdt. Een te ambitieuze voorstelling van zaken, want van een wereldwijde verspreiding van de Steigboy is het nooit gekomen. Het door Friedrich Boysen in 1921 opgerichte bedrijf Steigboy Apparatebau GmbH fabriceerde naast de Steigboy ook uitlaatdempers voor auto’s, motoren en vliegtuigen. Tijdens de crisis van de jaren dertig kwam hier een einde aan. Boysen stichtte in 1945 een nieuw bedrijf voor uitlaatsystemen, maar de Steigboy keerde niet meer terug in het straatbeeld.

De Haagse firma Goosen’s rundvetsmelterij ‘Minos’, die voor de oorlog door de stad reed met een Steigboy, werd opgericht in 1910 door de Rotterdamse slagerszoon W.A. Goosen. Het bedrijf was gevestigd aan de Lange Beestenmarkt 139. Hoewel Goosen ook de naastgelegen panden had aangekocht, groeide de vestiging al snel uit haar jas. Toen de gemeente in 1917 de Hinderwetvergunning introk, zag het bedrijf zich gedwongen te verhuizen. Zo begonnen de voorbereidingen voor de bouw van een nieuw fabrieksonderkomen aan het Leeghwaterplein 20. De rundvetsmelterij groeide uit tot een bedrijf dat eetbare vetten produceerde en vleeswaren maakte. Tijdens de crisisjaren kocht Goosen de bouillonfabriek Nefana en werden de bedrijfsactiviteiten uitgebreid met een kaasgrossierderij. Telde het bedrijf in 1936 nog elf medewerkers, de Haagsche Courant maakte, ter  gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de vleeswarenfabriek in 1960, melding van “een bedrijf met een miljoenenomzet, dat een vijfde van de Nederlandse vleesimport  verwerkt”. Volgens hetzelfde artikel in de Haagsche Courant zorgde men in de oorlog voor dieetmaaltijden en maaltijden voor onderduikers. En nu? De Duitse fabrikant van de Steigboy, Boysen, bestaat nog steeds en houdt zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling en fabricage van uitlaatsystemen. De belangrijkste afnemers zijn Audi, BMW, Daimler- Chrysler, Porsche, VW, Bentley en Rolls Royce. Ja, dat zou je niet gezocht hebben achter die driewieler van weleer. Autobedrijf De Vletter en Groenendijk is nog steeds  gevestigd aan de Volmarijnstraat in Rotterdam. Meer informatie over Rundvetsmelterij Minos is van harte welkom. Ongetwijfeld hebben vele Hagenaars die ooit bij Minos hebben gewerkt, herinneringen aan het bedrijf. Uw reacties zijn welkom. U kunt ze op de Beeldbank van het Haags Gemeentearchief plaatsen bij de foto’s van Rundvetsmelterij Minos.

Henk Duits
http://www.gemeentearchief.denhaag.nl/

Patrick Goosen

Copyright © 2014-2017. All Rights Reserved.