Male descendants of Johannes GOOSSENS

Bronvermelding: Hulsker K., Goossens, Geertruida Margaretha, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Goossens [07/04/2009] 

Male descendants of GOOSSENS Johannes
 

I.1    GOOSSENS, Johannes [1], Boekhouder, assistent in dienst van de VOC 1689, born 1667 in Siam, died on 17-02-1703 in Batavia.
Married [1] 1695 in Batavia to FAUCONNIER, Sophia [2] (I.2), born on 17-01-1676 in Amsterdam. Waalse kerk. Died 1736. She marries again with van MANSDALE, Jasper.
From this marriage:

   1.  f  GOOSSENS, Geertruida Margaretha [3] (II.2), christened on 09-10-1696 in Batavia, buried on 22-09-1758 in Batavia at the age of 61. GOOSSENS, Geertruida Margaretha (ged. Batavia 9-10-1696 - begr. Batavia 22-9-1758), door haar huwelijken first lady van Indië. Dochter van Johannes Goossens (gest. in of na 1703), boekhouder, en Sophia Fauconnier (1676-1736). Geertruida Margaretha Goossens trouwde (1) in 1720 (ondertrouw 25-5-1720) in Batavia met Michiel Westpalm (1684-1734), eerste Raad van Indië; (2) op 1-9-1736 in Batavia (in ondertrouw) met Frederik Julius Coyett (gest. 1736), gezaghebber van Javas Noord-Oostkust; (3) op 4-1-1737 in Batavia met Johannes Thedens (1680-1748), opperhoofd van Japan. Uit huwelijk (1) werden ten minste 4 zoons en 5 dochters geboren, van wie er 5 jong overleden; huwelijk (3) bleef kinderloos.

Geertruida Margaretha Goossens werd op 9 oktober 1696 gedoopt in de Hollandse kerk te Batavia. Haar vader was boekhouder in dienst van de VOC. Van hem is slechts bekend dat hij in 1703 een testament maakte. Na zijn dood hertrouwde haar moeder met Jasper van Mansdale. Net als haar moeder, die was geboren en opgegroeid in Batavia en op Ceylon, had Geertruida Margaretha Goossens haar wortels in de Indische samenleving.

Geertruida Margaretha Goossens trouwde in 1720 met de van Ameland afkomstige Michiel Westpalm, een weduwnaar met twee kinderen die bij de VOC in dienst was als commandeur en equipagemeester. Het echtpaar kreeg ten minste negen kinderen, van wie er vijf relatief jong overleden. Westpalm werd in 1726 Raad van Indië en zes jaar later directeur-generaal, en het gezin kwam te wonen op het kasteel van Batavia. Op 24 augustus 1734 overleed Westpalm.

Ongeveer twee jaar na de dood van Westpalm ging Geertruida Margaretha Goossens, op 1 september 1736, in ondertrouw met Frederik Julius Coyett, kennelijk een vriend van de familie: hij was als getuige opgetreden bij de doop van haar dochters Geertruida Catharina (1724) en Catharina Johanna (1725). Coyett had al een indrukwekkende carrière achter de rug, onder meer als Raad van Indië. Hij overleed echter voordat het huwelijk voltrokken kon worden, op 5 september 1736, en werd op 8 september begraven. In zijn testament had Coyett zijn verloofde niet benoemd tot universeel erfgenaam, maar zij bleef achter met ten minste een landhuis op Gunung Sari.

Universeel erfgenaam van Coyett was Johannes Thedens, weduwnaar en de man met wie Geertruida Margaretha Goossens op 4 januari 1737 trouwde. Hij was afkomstig uit Friedrichstadt (Duitsland) en had eveneens carrière gemaakt in dienst van de VOC. Tijdens hun huwelijk klom hij op tot gouverneur-generaal. Geertruida Margaretha Goossens overleefde ook deze echtgenoot. Thedens overleed op 19 maart 1748 te Batavia en werd op 23 maart begraven.

Geertruida Margaretha Goossens was de echtgenote van enkele machtige mannen. Alleen al daardoor had ze status. Het is bekend dat ze een buitenhuis bezat. Dat zij slaven gehad moet hebben, blijkt uit een akte van emancipatie van 27 juli 1753, waarin zij de slaaf Junij van Batavia vrijliet. Deze was bezit van Coyett geweest en via Thedens door haar geërfd. In juli 1754 kocht ze zelf voor honderddertig rijksdaalders een slaaf genaamd Soenoe van Boegis, die ze later voor hetzelfde bedrag verkocht aan de directeur van Souratte, Johannes Pekock.

Van haar vermogen krijgen we een idee door de verklaring die ze op 25 januari 1736 aflegde over een obligatie van 35.000 rijksdaalders die ze geërfd had van haar moeder. Van dit bedrag moest ze 5.500 rijksdaalders aan iemand anders betalen, wat ze mogelijk in 1739 heeft gedaan. In 1746 betaalde ze de begrafenis van haar zoon Johannes Michiel Westpalm. Deze had in zijn testament te kennen gegeven dat hij uit zijn moeders huis begraven wilde worden; hij werd bijgezet in de grafkelder van zijn vader. Het is onbekend hoe vermogend Geertruida Margaretha Goossens was bij haar overlijden.

In Batavia verkeerde Geertruida Margaretha Goossens ongetwijfeld in kringen van invloedrijke en vermogende mensen. Dat blijkt onder meer uit de getuigen bij de dopen van haar kinderen, onder wie de directeur van s Compagnies importante handel in Bengalen. Afgaande op de tot nu toe beschikbare informatie - vermoedelijk is er in het Arsip Nasional te Jakarta meer te vinden - valt aan te nemen dat zij een gerespecteerd lid van de Indische elite was. Geertruida Margaretha Goossens overleed in 1758 te Batavia en werd daar op 22 september begraven.
Daughter of GOOSSENS, Johannes [1] (see also I.1) and FAUCONNIER, Sophia [2] (I.2).
Married (1) [2] 1720 to WESTPALM, Michiel [4] (II.1), Commandeur en Equipagemeester bij de VOC, born 1684 in Ameland, christened on 23-03-1684 in Husum, died on 24-08-1735 in Batavia. Eerste raad en Directeurgeneraal van Indie. He lived at Kasteel van Batavia.
Publication of the banns (2) [3] on 01-09-1736 in Batavia to COYETT, Frederik Julius [5] (II.3), born 1680 in op Zee, died on 05-09-1736 in Batavia, buried on 08-09-1736 in Batavia. COYETT (Frederik Julius) Hij werd geboren op zee (om welke reden Valentijn hem 'van der Zee' noemt) omstr. 1680 en overleed te Batavia 5 Sept. 1736. Tijdens het gouverneurschap van zijn vader te Ambon, werd hij in 1704 aangesteld tot secretaris van den landraad en later in dezelfde functie bij den raad van justitie aldaar. In 1706 vertrok hij met zijn ouders naar Batavia, waar hij zijn benoeming ontving tot assistent (1707), kort vóór zijn vertrek naar Holland. In dien rang voer hij als boekhouder op het schip ''t Geyn'.Naar Indië teruggekeerd, werd hij tot onderkoopman bevorderd en benoemd tot provisioneel eersten suppoost op het comptoir generaal (1720), het jaar daarna definitief met den rang van koopman. Daarna volgde zijn benoeming tot weesmeester (1722), schepen (1725), administrateur der peperpakhuizen op Onrust (1726). Met zijn bevordering tot opperkoopman ging gepaard zijn aanstelling tot 'gecommitteerde tot de Saccken der Inlanderen' (1727). Oorspronkelijk was hiermee sedert 1686 een commissie van 2 leden uit den raad van Indië belast. Zij moest de landerijen aanwijzen bestemd tot vestiging der onderscheiden inlandsche natiën. Door verschillende omstandigheden waren in deze commissie, wier werkkring allengs zeer uitgebreid was, ook niet-regeeringsleden gekomen, tot ten slotte in 1716 een afzonderlijk ambtenaar daarmee werd belast. Aanvankelijk was aan deze betrekking geen vaste titel verbonden, eerst met F.J. Coyett werd deze voorgoed vastgesteld. Buiten de ambtelijke kringen sprak men van den landcommissaris. In hetzelfde jaar 1727 kreeg hij in het college van heemraden zitting; in 1729 werden de ambten van shabbandar (havenmeester en tevens 'voorstander der vreemdelingen') van licentmeester (een soort inspecteur bij de in- en uitgaande rechten) en van president van boedelmeesteren in zijn persoon vereenigd. De periode van 7 Aug. 1725 tot 1 Juni 1729, dus de jaren dat Mattheus de Haan (dl. VI, kol. 657) de landvoogdij bekleedde, was een gouden tijd in het ambtelijke leven van Coyett en diens zwager Pieter Gabry, al gelukte het eerstgenoemde niet het steeds zeer geambieerde ambt van opperhoofd in Japan deelachtig te worden. Tegen de bedoeling van den G.-G. verkreeg een ander dezen lucratieven post. Onmiddellijk na het optreden van den G.G. Diderik Durven werd hij op verzoek als gecommitteerde ontslagen en aangesteld tot gezaghebber van Java's N.O.-kust (6 Juni 1730); een jaar later volgde de toekenning van den titel van commandeur. In 1731 viel op hem de keus van raad-extraordinaris, in welke qualiteit hij een hofreis naar Kartasoera maakte, vanwaar hij hoostwaarschijnlijk de bekende fraaie beeldwerken heeft meegebracht, die later in den chineeschen tempel Sentiong zoozeer Raffles' aandacht boeiden. In 1735 werd hij tot commissaris van het hospitaal benoemd, 't kolor el der burgerij, tot president van heem. Son of COYETT, Balthasar [14] and PIERRAEDT, Constantia [16]. Op zijn ziekbed, dat vier dagen later zijn sterfbed zou worden, huwde hij met Geertruida Margaretha Goossens, dochter van den schatrijken directeur-generaal Frans Castelijn, die haar onder meer een bedrag van 85.000 Rds. aan diamanten had nagelaten.
Married (3) [4] at the age of 40 on 04-01-1737 in Batavia to THEDENS, Johannes [6] (II.4), Oud-Soldaat later Gouverneur-Generaal bij de VOC, born 1680 in Friedrichstadt, Duitsland, died on 19-03-1748 in Batavia. Johannes Thedens is op 19 maart 1748 in zijn landhuis bij Batavia overleden. Buried on 23-03-1748 in Batavia. Opperhoofd van Japan.
Was van 1741 tot en met 1743 gouverneur-generaal voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Tijdens zijn bestuursperiode vonden er voortdurend onlusten plaats met de Chinezen, zowel in Batavia als op midden-Java.

VOC loopbaan

Thedens, die in het door geïmmigreerde Nederlandse remonstranten gestichte Friedrichstad (Duitsland) was geboren, ging op 17 december 1697 aan boord van het schip de 'Unie' naar Indië. Johannes Thedens maakte maar langzaam carrière binnen de VOC: in 1702 werd hij assistent, en pas in 1719, na een verblijf van twintig jaar in Indië, werd hij benoemd tot koopman. Hij was van 1723 tot en met 1729 opperkoopman en opperhoofd van de factorij Dejima in Japan. In 1729 werd hij benoemd in Malabar, maar hier liet hij zich na twee dagen verontschuldigen. In 1731 werd Thedens extra ordinair (buitengewoon) lid van de Raad van Indië en in 1736 werd hij benoemd tot volwaardig lid (Raad ordinair) van deze raad. Hij werd in 1740 aangesteld als eerste raad van Indië en kreeg in datzelfde jaar de functie van directeur-generaal van de VOC. In de praktijk was hij nu de tweede man in Indië, naast de gouverneur-generaal. Na het ontslag van Adriaan Valckenier werd Thedens als eerste raad van Indië benoemd tot gouverneur-generaal ad interim (6 november 1741).

 

 

Patrick Goosen

Copyright © 2014-2017. All Rights Reserved.